Join me on my quest

Hongerige winter rovers

Tijdens de winterperiode vis ik regelmatig op roofvis. Wanneer de watertemperatuur vanaf november beneden de 10 graden Celsius daalt en de koudere maanden beginnen, trek ik er op uit om statisch of met dobbers en doodaas de grote rovers te verleiden. Over het algemeen zijn dit snoeken en zo af en toe hapt er ook een flinke snoekbaars of baars toe, een meerval blijft tot nu toe de grote afwezige.

 

snoek 1 CCQ

Technieken en gewoontes
Vissen met doodaas vormt een welkome afwisseling na een druk karperseizoen. Het vissen op roofvis vergt wel een hoop andere technieken en gewoontes. We hebben hier te maken met roofvissen die veelal hun prooi heelhuids en vaak in een keer doorslikken, waardoor voorzichtigheid geboden is. Het aller belangrijkste van het vissen op grote roofvis met doodaas is dat je in alle situaties direct aanslaat! Je vist met een dreg (3 haakpunten) of met een takel (6 haakpunten) en kan zonder de nodige ervaring veel vissenleed aanrichten. Ook erg belangrijk zijn de diverse onthaaktangen en kniptangen die je meeneemt naar de waterkant als je gaat vissen op roofvis. De vis moet onthaakt worden door een ´tunnel´ van vlijmscherpe tanden rondom in zijn bek en een haak kan tot wel 30cm diepte gehaakt zitten bij meter exemplaren, zorg dus voor lange tangen. Omdat roofvissen hun prooi aanvallen, in een keer keren in hun bek en dan direct doorslikken kan het voorkomen dat een vis de montage heeft ingeslikt en deze zich in de slokdarm bevindt. Blijf zoveel mogelijk van de lijn af en zet geen druk en knip de lijn of stalen onderlijn zo diep mogelijk vlak voor de slokdarm af. De zwaar zure inhoud van de snoekenmaag die ook botten, graten en schedels verteerd zal ook de gemiddelde dreg verteren al zal dat wel wat langer duren. Daarnaast heb je een degelijke lange onthaakmat nodig, het liefst met opstaande randen. Een snoek kan nog al eens flink wilder worden dan menig karper en beschikt over een zachte kwetsbare huidlaag zonder harde beschubbing. Tot slot, vang je een snoek laat deze zo kort mogelijk uit het water en houdt hem tijden het terugzetten in balans met je hand om de vis te laten bijkomen. Vermoeide vissen die niet goed gerecovered worden kunnen verkeerd om richting bodem zakken waarna ze overlijden.

 

snoek 5 CCQEen verslag
Na de korte snoeksessie van afgelopen week met een aantal aanbeten zonder resultaat, besluit ik het deze morgen nogmaals te proberen. Rond negen uur plonsen de voorns te water, één zwevend zonder lood met daarboven een kleine pike stubby. De ander met een lompe 20 gram’s deadbait float, daaronder een stuk lood en een grote voorn die tegen de bodem aanhangt. Ik zit net een half uur als een kwijlende viervoeter zijn markeerspoor over mijn landingsnet deponeert. “Hierrrr komennnn, kom hier, kom hier, hierrrrrrrr”……….., maar luisteren doet hij natuurlijk niet door de overheerlijke visluchten die uit mijn rugzak komen. In verhouding met een aantal weken geleden is het gras in de omgeving veranderd in een soort reuzen vergiet. Overal kleine gaatjes, de muizenplaag heeft inmiddels ook de stad bereikt. Wat zullen de naweeën van deze plaag in de zomer veroorzaken? denk ik bij mezelf. Ėén uur lang geen enkele actie ik begin in te pakken, nog even naar een andere locatie. Maar plotseling komt er leven in pike stubby vlak onder de kant. Een flink gedribbel een beetje wegzwemmen en dan vertrekt hij. Ik zet de haak, de vis trekt een sprint alsof het een meterexemplaar betreft. Zelfs in het landingsnet vliegt hij nog alle kanten uit en dat terwijl het water steenkoud is. De vissen van dit water zijn bijna allemaal (licht) zilver gekleurd, hoewel er af en toe een zeer donkergroen exemplaar naar boven komt. Het blijft speciaal al die verschillend getinte snoeken.

 

snoek 8 CCQ

 

 

Tags: , , , , , , , , , , , , ,

Geef een reactie